Tour de France

Verhalen uit de Tour

Wielrennen moet je niet mooi doen, dat moet hard gaan!

oete lieve Gerritje symboliseert Bossche goedmoedigheid en vrolijkheid, Gerrit Schulte was daartegenover  zowat de baarlijke Bossche duivel op twee wielen zelf.  ‘Als ge een geweldige machine voorbij ziet gaan, schuddend als een aardbeving, losgerukt, duivels, haalt uw kinderen binnen en sjor uw huisraad vast, want het is Schulte die passeert’, waarschuwde Tour-directeur Jacques Goddet ooit zijn landgenoten. Het steevaste antwoord op dit soort karakteristieken van de Bosche reus was: ‘Wielrennen moet je niet mooi doen, dat moet hard gaan!’

Dat Gerrit Schulte geen gemakkelijk mens was, mag genoegzaam bekend zijn. Menig official kreeg de volle laag op het moment dat Schulte ergens vermeend onrecht werd aangedaan. Vloekend, briesend en tierend spuwde hij dan al zijn gal,  om vervolgens genadeloos de pedalen met zijn machtig lijf te geselen, om zo al zijn criticasters weer eens de mond te snoeren.

Over Schulte gaan dan ook de meest fantastische wielerverhalen. Van zijn eerste overwinning bij de nieuwelingen in Middelburg in 1935, alwaar hij zo hard fietste dat hij in de laatste ronde aan de wedstrijdcommissaris  vroeg of hij de voorop rijdende wedstrijdwagen met daarin de wedstrijdcommissaris zelf  mocht inhalen. Het proestende en sputterende Fordje was niet in staat de jonge ontketende Gerrit op snelheid voor blijven.

Maar ook de 2e Nederlandse etappezege in de Tour de France van 1938  vormt een memorabel heldenmoment.  Op 4 km voor de meet reed Schulte lek met op 300 meter een volledig op hol geslagen peloton achter zich aan. Schulte zette zich schrap; tijd om de band te repareren was er niet en na de eerste dagen reeds door pech te zijn achtervolgd besloot ‘Le Fou Pédalant’ zonder omkijken met een lekke band gewoon voor het dagsucces te gaan. Toen Schulte in Nantes de Wielerbaan op reed had hij nog 60 meter voorsprong.

Publiek en pers waren verrukt, de heldenstatus van Schulte kreeg met deze overwinning definitief gestalte. Nederland pakte op heroïsche wijze na Theo Middelkamp een tweede etappezege. Een paar dagen later was het gedaan met de Tourambities van Schulte, een ernstig geschil met de organisatie over het feit, waarom Franse renners altijd sneller en eerder werden geholpen zodra deze met pech langs de weg stonden, bezorgde hem een boete van 500 franc, wat zijn totale verdiensten na 8 dagen Tour de France op nog geen fl. 90,- bracht incl. 1 etappeoverwinning.

‘Mij zien ze hier nooit weer’, brieste hij en daar heeft Schulte zich tot en met zijn afscheid in 1960 aan gehouden.  Op de terugweg van Pau naar Den Bosch deed hij nog wel even Parijs aan alwaar hij een criterium met overmacht won en 10.000 franc mee naar huis nam. Maar in de Tour hebben ze zoete lieve Gerritje nooit meer gezien.

Mede door de daarop volgende oorlogsjaren werd het wielrennen op de baan veel lucratiever dan het wegwielrennen waardoor Schulte uiteindelijk min of meer (economisch) gedwongen steeds vaker voor het baanwielrennen koos. Op die piste heeft hij dan ook zijn grootste successen en triomfen en ook zijn afscheid als beroepswielrenner, op 44 jarige leeftijd in 1960, mogen vieren.

Zijn wereldtitel tegen de onverslaanbaar geachte Fausto Coppi in 1948 is zelfs wielergeschiedenis die mede dankzij de naamgeving van club 48(de club van oud wielrenners) nog steeds actueel gehouden wordt.

Een verhaal dat het Rotterdamse Tourpubliek zeker niet mag worden onthouden is hoe Gerrit Schulte samen met zijn koppelgenoot Gerrit Boeyen  tijdens de oorlogsjaren het toenmalige gezag in verlegenheid heeft gebracht. In die jaren waren Schulte en Boeyen een onverslaanbaar koppel, dat het publiek overal waar zij kwamen op de banken kreeg.  Op de vraag waarom Schulte eigenlijk nooit koersen in Duitsland reed, antwoordde Gerrit na enig nadenken: ‘Omdat ze mij daar geen goede contracten bieden! Ik ben waarschijnlijk te duur?’

Hiermee schopte hij vol tegen het Duitse zere been. Lucratieve contracten werden opgesteld en de visa werden geregeld, Schulte moest en zou aantreden in Dortmund, alwaar hij het hele veld met een immens machtsvertoon op 7 rondes achterstand reed. Met een vette premie thuisgekomen zij hij lachend tegen zijn vrouw: ‘Die vragen mij nooit weer’. Een dag later werd Le fou Pédalant echter ontboden om zich te verantwoorden over de vernedering die hij de andere renners had aangedaan.  ‘De primaire gedachte achter de sport wielrennen is, dat  je  wielrennen niet mooi moet doen, maar dat het gewoon hard moet gaan’, doceerde Schulte nuchter.

Dat was de Duitsers ook wel duidelijk, maar om nou de overmacht met 7 rondes voorsprong te etaleren, paste niet in het onoverwinnelijke zelfbeeld dat de natie er in die dagen op na wilde houden.  Tijdens de komende revanchewedstrijd moest Schulte hier dan ook rekening mee houden. Bij een mogelijk volgende overwinning van Schulte mocht het verschil in kracht niet nog eens met 7 rondes worden aangeduid. Dit op straffe van het feit dat anders de winstpremie niet uitgekeerd zou worden.

‘Dat is afgesproken’, zei Schulte koeltjes. Een maand later stond de revanchewedstrijd in Dǖsseldorf op het programma.  Schulte won dit keer uitgekookt als hij was, niet met 7 rondes verschil, maar kwam relaxed padalerend over de finish met 6  ronden voorsprong op de rest van het veld.  Naar de winstpremie kon Schulte fluiten, en hij is daarna ook nooit meer gevraagd om zijn krachten aldaar te etaleren.  Op de terugweg in de auto hoorde je twee mannen zachtjes zingen ‘dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve…’!!!

Info & Utils

Published in maandag, maart 26th, 2018, at 14:32, and filed under Uncategorized.

Do it youself: Digg it!Save on del.icio.usMake a trackback.

Previous text: .

Next text: .

Comments are closed.

Tour de France © 2018. Theme Squared created by Rodrigo Ghedin.