Tour de France

Verhalen uit de Tour

Tourglorie 6

Ook in de liefde volgde hij zijn gevoel

Tijdens Le Grand Départ in Rotterdam eert Nederland uiteraard zijn voormalige Tourwinnaars Joop Zoetemelk en Jan Janssen, maar over het algemeen zijn wij natuurlijk een nuchter volkje. Heel anders gaan de Italianen met hun sporthelden om. Daar koestert men de iconen van de wielersport als nergens anders ter wereld en bovendien tot in de eeuwigheid. Een van de grootste idolen is wat dat betreft Fausto Coppi. Zijn graf in Castellania is een pelgrimsoord waar jaarlijks vele wielerfans naartoe trekken. Toch had hij in eigen land ooit vele tegenstanders.

Fausto Coppi was een campionissimo van vlees en bloed, een man die mens bleef, een mens met gebreken. Hij deed wat hij wilde, wat hij dacht dat goed of fout was. Coppi liet zich niet leiden door de adoratie van een warmbloedig en gelovig volk, maar volgde altijd zijn gevoel. Dat maakte hem zowel geliefd als gehaat, want wie over Fausto Coppi praat, spreekt vooral ook over een man die de huwelijkse trouw doorbrak en zich stortte in een avontuur met de befaamde Dame Bianca, de Witte Dame.

Om een en ander in het juiste perspectief te zien, moeten we teruggaan naar de oorlogsjaren. Coppi was verloofd met Bruna en vertrok begin november 1942 naar Milaan om het werelduurrecord aan te vallen. Milaan was net op dat moment het middelpunt van een serie bombardementen, een deel van de tribune van de Vigorellibaan werd zelfs verwoest. Maar Coppi reed op 7 november toch 45 kilometer en 871 meter in één uur tijd.

Het record dat maar liefst tot in 1956 (Jacques Anquetil) stand zou houden, baarde nauwelijks opzien. De oorlog breidde zich immers nog steeds verder uit en ook Fausto Coppi moest er aan geloven. Als korporaal van de Ravenna-divisie moest hij in Tunesië tegen de Britten vechten. In mei 1943 werd hij door de troepen van Montgomery gevangen genomen en vriendin Bruna nam het ondertussen niet zo nauw met de beloofde trouw. Ze zou dit overigens later goed proberen te praten door te zeggen dat ze indertijd dacht dat haar vriend was gesneuveld.

Toch trouwden Fausto en Bruna meteen na de oorlog. Een huwelijk dat tot mislukken was gedoemd. Bruna hield immers niet van wielrennen. Ze bejubelde niet Coppi’s triomfen en steunde hem evenmin na zijn nederlagen en vele valpartijen. Sommigen hadden er dan ook begrip voor dat Coppi zich stortte in een idylle met Giulia Locatelli, de dame die zich altijd in een witte jas hulde.

Deze getrouwde vrouw, moeder van twee kinderen, kwam in 1947 voor het eerst in Coppi’s leven, toen ze met haar man een wielerwedstrijd bezocht. Ze raakte gefascineerd van Fausto, verzamelde daarna alles wat er over hem werd geschreven. Drie jaar later zocht ze Coppi op in het ziekenhuis waar hij revalideerde van weer een zware valpartij. Vanaf dat moment bloeide er iets moois tussen de twee, die een uitvoerige briefwisseling onderhielden.

De romance gaf Coppi vleugels. Giulia hield hem op de fiets toen Fausto in 1951 wegkwijnde door de dood van zijn broer Serse, die overleed aan de gevolgen van een val in de Ronde van Piemont. En Giulia was ook de stuwende kracht achter Coppi’s wonderbaarlijke terugkeer en succes in 1952, toen hij voor de tweede keer, na 1949, de Tour won. In 1954 deden Fausto en Giulia wat sommigen al lang hadden verwacht: ze trokken bij elkaar in. Katholiek Italië stond op z’n kop. De paus zei dat hij nooit meer een peloton zou zegenen waarin Coppi reed. Dokter Locatelli slaagde er zelfs in zijn overspelige vrouw wegens bigamie voor enkele dagen te laten opsluiten. En later moest Giulia met haar en Coppi’s baby Faustino naar Buenos Aires vliegen om het kind, dan maar als Argentijn, te laten legaliseren.

Een verhaal met een happy end werd het ook al niet. Fausto Coppi reisde in december 1959 met enkele Franse wielrenners naar Opper Volta. Ziek kwamen ze terug van hun tournee door West-Afrika. De doktoren in Frankrijk constateerden een soort malaria en behandelden enkele coureurs die vervolgens genazen. Ze gaven dit door aan Coppi’s arts in Italië, maar deze professor Astaldi hield vol dat Coppi een zware bronchitis had. Hij zette zijn eigen behandeling voort en dat werd Coppi fataal.

Hij stierf op 2 januari 1960. Zijn begrafenis werd door 10.000 mensen bezocht. Daaronder was niet zijn dochter uit het huwelijk met Bruna. Haar moeder had haar tegen Fausto opgezet. Na Coppi’s dood wilde Bruna met niemand meer over Fausto praten. Wel deed ze er alles aan om diens nalatenschap aan Giulia op te eisen. Deze Dame in het Wit hulde zich alleen nog maar in het zwart. Uit pure armoede vluchtte ze in een verhouding met een industrieel, maar die werd alweer snel op straat gezet. Haar liefde voor Fausto Coppi bleef ook na diens dood onverminderd groot. Haar eigen overlijden, januari 1993, was zelfs wereldnieuws.

Comments are closed.

Tour de France © 2015. Theme Squared created by Rodrigo Ghedin.