Hij werd bewonderd om zijn inzet, zijn mooie, atletische lichaam, zijn doorzettingsvermogen en zijn gedrevenheid. In veel opzichten zou je Louison Bobet kunnen omschrijven als de voorganger van Bernard Hinault. Maar in tegenstelling tot zijn later furore makende streekgenoot werd Bobet soms ook uitgelachen. Vanwege zijn broze gezondheid, zijn emotionele reacties en de tranen die hij meer dan eens liet.

Louison Bobet was een vat vol tegenstrijdigheden. Onnavolgbaar, zowel letterlijk als figuurlijk, in positieve en in negatieve zin. Hij was het type dat altijd en overal problemen zag, achter elke boom een beer waande. Kun je bij een man die als eerste in de geschiedenis drie keer op rij (1953, 1954 en 1955) de Tour won spreken van een zwakkeling? Eigenlijk niet, maar toch, Bobet wisselde de momenten waarop hij ieders respect afdwong af met pijnlijke dieptepunten. Wilskrachtig, maar ook overgevoelig, kortom: Louison Bobet was uniek.

De zoon van een bakker uit het Bretonse Saint-Méen-le-Grand had op z’n twaalfde zijn eerste racefiets gekregen, wilde later toneelspeler worden, dacht vervolgens aan een carrière als tafeltennisser, werkte tijdens de oorlog voor het verzet en koos daarna toch voor een bestaan als profwielrenner. Zijn Tourdebuut in 1947 beloofde nog niet veel. Al in de derde etappe werd hij gelost en wilde hij naar huis. Ploegmakker Lucien Teisseire dreigde met een stevige aframmeling en hield hem in koers. Totdat Bobet door een valpartij in de afdaling van deCol de Vars werd uitgeschakeld.

Een jaar later reed Bobet al stukken beter, maar hij had last van aambeien. Na een etappe naar San Remo werd hij jankend op een brancard zijn hotelkamer binnen gedragen. De volgende dag won hij ‘gewoon’ de rit naar Cannes. Typisch Bobet, de coureur van de uitersten die eigenlijk zijn hele loopbaan werd geplaagd door steenpuisten. In 1949 overwoog hij daardoor zelfs te stoppen met fietsen. Ten einde raad zocht hij collega Fausto Coppi op, nam diens voedingsvoorschriften en slaapgewoontes over en probeerde het opnieuw.

In 1950 versloeg Louison Bobet in de Tour Ferdi Kübler in de zwaarste Alpenetappe, maar verloor hij te veel terrein op het vlakke door een aanval van dysenterie. In 1951 reed Hugo Koblet alles en iedereen naar huis en in 1952 sukkelde Bobet met keel- en neusklachten en moest geopereerd worden. Dat ‘verloren’ jaar benutte hij om zich beter dan ooit voor te bereiden op de Tour en niemand kon toen nog vermoeden dat er drie hele mooie jaren voor hem in het vooruitzicht lagen.

Louison Bobet gold in 1953 zeker niet als een van de favorieten voor de hoofdprijs. Zijn comeback na de operatie verliep allesbehalve vlekkeloos. In de Giro haalde hij zelfs het einde niet. Hij was al 28 jaar, niemand geloofde nog in hem, maar in de etappe van Gap naar Brianҫon sloeg hij op de Izoard genadeloos toe. Ook in 1954, het jaar waarin hij bovendien wereldkampioen werd, legde Bobet, die tijdens de beklimmingen altijd keurig op het zadel bleef zitten, op die col weer de basis voor de eindzege. In 1955 deed hij dat in de Pyreneeën, waar hij op de Peyresourde afrekende met Charly Gaul.

Die derde eindzege op rij hing trouwens nog aan een zijden draadje, want nog voordat hij de fameuze trilogie kon voltooien kreeg Bobet weer eens last van zijn oude kwaal. Drie dagen voor eindpunt Parijs werd een enorme steenpuist bij hem open gesneden. Dat gebeurde in het grootste geheim, want de inmiddels al lang in slaap gesuste concurrentie mocht natuurlijk niet wakker worden geschud.

In 1959 reed Louison Bobet zijn laatste Tour de France. Hij had weer eens last van maag- en darmklachten en gaf op. Op 15 december 1961 nam Bobet met zijn broer Jean deel aan een liefdadigheidswedstrijdje in het sportpaleis van Brussel. Op de terugweg reed Jean in het Franse dorpje Montry de auto tegen een muur. Louison Bobet raakte daarbij ernstig gewond.

Heel Frankrijk leefde met hem mee. Tijdens zijn trage herstel maakte Bobet kennis met de Thalassotherapie, een natuurgeneeswijze door middel van baden in zeewater. Hij was daar zo van onder de indruk dat hij aan de Rivièra zijn eigen instituut oprichtte. Het werd een groot succes. Zakenman Bobet, die en passent ook een actief Gaullist werd, liep binnen. Totdat een scheiding van zijn tweede vrouw hem in de problemen bracht. Na een derde huwelijk krabbelde hij weer op, begon een nieuw instituut en werd rijker dan ooit.

Louison Bobet, winnaar van drie achtereenvolgende Tour de Frances, triomfator ook van bij voorbeeld Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, de Ronde van Vlaanderen, Bordeaux-Parijs en het WK, bestuurde op een gegeven moment zijn eigen privévliegtuig toen hij werd overvallen door een flauwte. Artsen vonden een gezwel in zijn hersenen. Na een lang ziekbed stierf de frêle Tourgigant van weleer op 13 maart 1983 in Biarritz, een dag na zijn 58ste verjaardag.