Tour de France

Verhalen uit de Tour

Tourglorie 4

Op de Tourmalet stortte een adelaar neer

Op een lauwe zomerdag in 1965 stortte op de Tourmalet klapwiekend een adelaar neer. Theo Koomen was erbij en keek ernaar. In de negende etappe van de Tour, tussen Dax en Bagnères de Bigorre, namen wielerliefhebbers over de hele wereld afscheid van de koning van het hooggebergte.

Een nieuwe klimmer, Julio Jiménez, diende zich aan en op die eerste juli kwam er een einde aan een lange regeerperiode van een man die in de Pyreneeën en de Alpen door iedereen werd gevreesd en bewonderd. Wijlen Theo Koomen zocht ’s avonds Federico Bahamontes op in zijn hotelkamer. ‘Als een gewoon aards wezen tuurde hij naar de zoldering’, schreef Koomen de volgende dag in zijn column. ‘Aan zijn bed hurkte Ab Geldermans, die als eenvoudige knecht zo lang mogelijk bij hem was gebleven. De Beverwijker zei dat het jammer was, maar niet onterend. Hij merkte op dat het leven aan wetten was gebonden en dat geen enkele klimmer tot zijn 37ste had geregeerd. Federico stond toen op en liep naar het raam. Hij keek uit over de besneeuwde toppen, glinsterend als kristal in het donkerblauw. Hij drukte zijn dienstknecht de hand en zei: Er zullen nieuwe adelaars vliegen’.

Federico Bahamontes was een van de kleurrijkste en meest ondoorgrondelijke renners uit de historie van de Tour. Legendarisch was zijn debuut in 1954. Bijna niemand kende toen nog de man die op de Galibier plotseling aanzette en in een stijl, die later uniek zou worden, naar de top danste. De handen op het stuur, bijna rechtop zittend. De Tourvolgers waren dat jaar getuige van de geboorte van een nieuwe legende. Van een man met een ongekend acceleratievermogen, een klimmer pur sang, die vanuit stilstand zomaar kon wegschieten, terwijl het hoofd bij elke pedaaltred beurtelings naar links en naar rechts knikte.

Verbazing was er ook alom, toen deze nieuwe ‘ontdekking’ op de top van de Galibier plotseling afstapte, een ijsje bestelde en dat doodgemoedereerd in de berm ging opeten. Bahamontes wachtte op de achtervolgers en sloot bij hen aan. ‘Het heeft geen zin om je moe te maken in een afdaling. Daar win je toch alleen maar seconden mee. Bovendien ben ik hier naartoe gekomen om het bergklassement te winnen’.

Dat bergklassement zou de op 9 juli 1928 in het Spaanse Santo Domingo (Toledo) geboren Federico Bahamontes in totaal zes keer winnen. Hij ontwikkelde zich tot een ondoorgrondelijke coureur, een renner die snel tevreden was en eigenlijk alleen streefde naar een uitblinkerrol in het hooggebergte. Het leverde hem niet alleen de bijnaam ‘de Adelaar van Toledo’, maar ook bergen kritiek op. Bahamontes stoorde zich er niet aan, riep één keer, in 1959, ‘nu ga ik naar de Tour om het eindklassement te winnen’ en deed dat toen, als eerste Spanjaard in de geschiedenis, ook.

Zijn besloten karakter vergrootte alleen maar de mythevorming die er rond hem ontstond, maar wat je ook over hem zei, als wielrenner was hij uniek in zijn soort. Het deed dan ook velen pijn, toen ze Federico Bahamontes op die lauwe eerste julidag in 1965 diep zagen buigen voor Julio Jiménez, een jonge horlogemaker uit Avia.

Tourbaas Jacques Goddet wijdde er een groot artikel aan, waarin hij de ex-koning van het hooggebergte persoonlijk aansprak. ‘Uw rijk is op de Pyreneeën ten onder gegaan, maar troost u met de gedachte dat het een groot rijk was. Nog nooit eerder heeft een koning zo lang over de rotsmassieven geheerst. Hard bent u van uw troon gevallen, ik voel het met u, maar eervol was uw afscheid toch. U bent op het veld van eer gesneuveld’.

Wie dacht dat Federico Bahamontes blij was met deze woorden kwam bedrogen uit. Hij was woest, zei dat hij nog steeds de beste klimmer was en dat de adelaar nog één keer zou vliegen. De eerste col van die dag, 2 juli 1965, was de Aspet. En zie, Bahamontes viel aan zoals alleen hij dat kon. Iedereen veerde overeind. Zou het dan toch nog kunnen? Niet dus. Even later stortte Bahamontes volledig in en stapte af. ‘Ik, hij is moe, ik, hij gaat naar huis’, kuchte de man die vaak in de derde persoon enkelvoud over zichzelf sprak.

Daarna vloog de adelaar er nooit meer op uit. Aan het einde van dat seizoen stopte Federico Bahamontes met wielrennen. Daarna begon hij in zijn Toledo een winkeltje met van alles en nog wat. Maar meestal was hij buiten de stad, op zijn landgoed, te vinden. Tussen de olijfbomen, de wijndruiven en zijn verzameling historische fietsen. In Spanje is hij nog steeds razend populair.

Comments are closed.

Tour de France © 2014. Theme Squared created by Rodrigo Ghedin.